Determinatie van Galathea squamifera en G. intermedia

Het verschil tussen Galathea intermedia en Galathea squamifera is duidelijk.
Let op het verschil in formaat van het schild (carapax) en de punt (rostrum) .

Galathea squamifera

Tekening: naar Hayward.

Volgens Hayward wordt de carapax van G. squamifera max. 32 mm groot. Andere literatuur vermeldt een carapax tot 35 mm.

Deze soort wordt het meest langs de Noord Europese kusten aangetroffen.

Deze Galathea is karakteristiek bruin met een groene tint en stekels met rode toppen. Kleurvarianten tot oranje/rood zijn mogelijk. Het rostrum is kort en breed, heeft lange apicale stekels en kortere laterale stekels. De chelae zijn bedekt met knobbels maar hebben geen stekels. De carpale en merale geledingen van de chelipeden dragen lange, scherpe stekels.

Galathea squamifera leeft vooral in het ondiepe sublitoraal, op rotsige kusten, onder en tussen de rotsen, stenen en oesters. Het voedsel bestaat vooral uit rondzwevend detritus. De vrouwtjes dragen eieren op het einde van de winter en in het voorjaar.  Van het noorden van Noorwegen tot het zuiden van de Middellandse Zee en de Azoren. Ook in Nederland.

Galathea intermedia

Tekening: naar Hayward.

Volgens Hayward wordt de carapax v an G. intermedia max. 8,5 mm groot. Andere literatuur geeft dan weer een max. carapax van 9 mm op en en een totale lichaamslengte van slechts 18 mm.

Deze kleine soort Galathea heeft een smal, fijngetand rostrum en verhoudingsgewijs kleine chelipeden. De basale geleding van antenne 1 is kenmerkend, met twee grote stekels i.p.v. drie (vergrootglas vereist).

Galathea intermedia leeft vooral in het ondiepe sublitoraal, tot ongeveer 25 meter.
Van het noorden van Noorwegen tot het zuiden van de Middellandse Zee en West-Afrika. Ook in Nederland.

Copyright © 2000 - 2011 www.seamasters.be
The SeaMasters vzw - RPR 0451.302.002