Overzichtstabel over de relaties tussen levende wezens (symbiose,
neutralisme, antagonisme, ... ).
|
RELATIES TUSSEN LEVENDE WEZENS |
| HOOFDCATEGORIE |
RELATIE |
VOORKOMEN |
INVLOED |
VOORBEELDEN |
SOORT
A |
SOORT
B |
| SYMBIOSE |
MUTUALISME |
met
continu contact |
+ |
+ |
Spinkrab
of hooiwagenkrab begroeit met hydroïdpoliepen, sponzen en
wieren.
Zeeanemoon op schelp heremietkreeft.
Steenkoralen met kleine ééncellige algen (Zoöxanthellae). |
| zonder
continu contact |
+ |
+ |
Poetssymbiose:
poetsvis of poetsgarnaal.
Anemoonvisje in anemoon.
Grondel met blinde garnaal. |
| COMMENSALISME |
met
continu contact |
+ |
o |
Zeepokken
op een walvis. |
| zonder
continu contact |
+ |
o |
Jonge
schildvis of zuigvis (Remora) op haai of rog, houdt de huid
vrij van parasieten.
(Volwassen Remora veroorzaakt soms zuigwonden waaraan de gastheer
kan sterven). |
NEUTRALISME
(neutraliteit) |
TOLERANTIE |
|
o |
o |
Verscheidene
vissoorten die in elkaars buurt zwemmen. |
| ANTAGONISME |
ANTIBIOSE |
|
o |
- |
Rood
getij: plotse aangroei van bepaalde planktonorganismen. |
| EXPLOITATIE |
ENDOPARASITISME
(leeft in de gastheer) |
+ |
- |
Botriocephalus
scorpii = lintworm in platvissen.
Krabbezakje in een strandkrab (eerst inwendig, later ook uitwendig
zichtbaar). |
ECTOPARASITISME
(leeft op de gastheer) |
+ |
- |
Witte
stip op de huid van een vis.
Diepzeehengelvis: mannetje zuigt bloed uit vrouwtje.
Bonellia viridis (pindaworm): mannetjes leven in huidplooi. |
PREDATIE
(leeft vrij) |
+ |
- |
Haaien
en tandwalvissen jagen op vissen.
Baardwalvissen filteren kril uit het water.
Purperslak eet levende mossels en zeepokken. |
COMPETITIE
(Concurentie) |
|
- |
- |
Concurentie
voor een plaats op de ondergrond: tussen zeepokken, oesters,
mossels, manteldieren, wieren, hydroïdpoliepen en mosdiertjes.
Concurentie tussen verscheidene koraalsoorten. |
|
Legende: +
soort heeft er voordeel bij
o
soort heeft er geen voordeel of nadeel van
- soort
ondervindt er nadeel van |