Clione celata
.jpg)
Foto: © Rudy Van Geldere
Met behulp van zijn kiezelnaalden en een zwak zuur, weet deze kiezelspons
zich letterlijk een weg te boren in kalkhoudende sustraten,
zoals schelpdieren (vooral oesters), kalkwieren en kalkstenen.
In Zeeland zien we van de Boorspons eigenlijk enkel maar de oranjegele papillen
boven de kalkhoudende substraten uitsteken.
Er is een duidelijk verschil waarneembaar tussen de in- en uitstrommopeningen.
De instroomopening (osculum) ziet eruit als een gesloten trompetje, terwijl
de uitstroomopening (ostia) een hol buisje is.
De spons zelf zit in het substraat.
In gebieden met hogere wintertemperaturen (bv. de kust voor Bretagne) kan
het uitstulpend
sponsweefsel over het substraat heen groeien en krijgt de spons een massief
geelkleurig uiterlijk.
![]() |
In
de Atlantische Oceaan komt de boorspons vooral voor in een compacte
vorm, waarbij de oscula zich langs de rand van de kam bevinden. |
![]() |
Copyright © 2000 - 2006 www.seamasters.be
The SeaMasters vzw - RPR 0451.302.002