Sepia (zeekat) |
STEEKKAART Stam (phylum) : Weekdieren (Mollusca) Klasse (classis) : Inktvissen, koppotigen (Cephalopoda) Orde (ordo) : Tienarmige inktvissen (Decabrachia = Decapoda) Familie : Sepiidae Soort (Latijnse naam) : Sepia officinalis Verspreiding : Atlantische Oceaan, Het Kanaal Oosterschelde, Noordzee Middellandse Zee Habitat : In baaien en riviermondingen, op vlakke zandbodems en bodems met rolsteentjes, soms in zeegrasvelden en tussen zeewier. In ondiep water. Grootte : Tot 30 cm. Voedsel : Bewegend dierlijk voedsel, vooral Kleine vissen en krabben. Tekst : © Ivo Madder |
Foto: © Rudy Van Geldere |
Zeekat of sepia
De zeekat behoort tot de tienpotige inktvissen. De mond is omgeven door tien
tentakels of poten, waarvan er twee langer zijn dan de andere acht. Deze lange
tentakels of vangarmen kunnen uitgestoken of ingetrokken worden. Als de sepia
rustig rondzwemt, zijn de lange vangarmen verborgen tussen de acht mondtentakels.
Als er een prooidier moet gevangen worden, kunnen ze snel uitschieten.
De vangarmen zijn op het uiteinde afgeplat en voorzien van zuignappen. De
mondtentakels zijn langs de binnenzijde volledig voorzien van zuignapjes.
Het lichaam is betrekkelijk breed en iets afgeplat, dus ovaal in doorsnede.
De anatomie van hun ogen gelijkt in vele opzichten, meer dan bij andere ongewervelden,
op die van de mens. De kop met opvallende ogen is direct verbonden met het
achterlijf. Eigenlijk is dit achterlijf hun voorzijde. De kieuwen en de anus
bevinden zich aan de achterzijde. De voet, kenmerkend bij weekdieren, is omgevormd
tot een beweeglijke adembuis, de trechter of sypho. De mondopening leidt naar
een paar hoornige kaken, die op de snavel van een papagaai lijkt.
Aan weerszijden van het lichaam bevinden zich twee als zomen gevormde vinnen,
waarmee het dier zich zowel voorwaarts als achterwaarts kan bewegen. Als we
zeekatten tegenkomen, verplaatsen ze zich langzaam. Het zijn echter snelle
zwemmers. Om zich snel voort te bewegen, stoot het dier het in de mantelholte
verzamelde water krachtig naar buiten via de trechter. Hierdoor verplaatst
de sepia zich snel met stoten.
De schelp, waarvan weekdieren voorzien zijn, is bij de zeekat inwendig gelegen.
De door opperhuid overgroeide schelp bevindt zich langs de bovenzijde van
het lichaam en is door kalkimpregnaties versterkt. Regelmatig spoelt dit inwendig
skelet (zeeschuim) van dode zeekatten op de stranden aan. Het zeeschuim treft
men tussen de tralies van menige vogelkooien aan.
De kleur van deze inktvissen is zeer variabel. Bovenaan kunnen ze zwartbruin
gestreept of gevlekt zijn. Onderaan zijn ze bleker tot wit. Wanneer men de
onderzijde belicht, lijkt deze een fluorescerende groene gloed met regenboogeffekten
te produceren. Ze kunnen snel van kleur veranderen, vooral wanneer zij bedreigd
worden. Het dier kan de kleur van de ondergrond aannemen door de prikkeling
van zwart, rood en geel pigment in de huid. Wanneer ze boos worden, krijgen
ze een bruinrode kleur. Zelfs na hun dood kan dit kleurenspel zich nog urenlang
verder zetten.
Ter verdediging graven de dieren zich, net als platvissen, in het zand in.
Wanneer ze vluchten laten ze een uitstoot zwartkleurige vloeistof (sepiabruin)
achter, die zich mengt met het uitgestuwde water. Het sepiabruin komt uit
de inktklier, die zich in de buurt van de anus bevindt. Het is dankzij dit
kenmerk dat men deze weekdierensoort inktvissen noemt, alhoewel het helemaal
geen vissen zijn. Men had ze dan ook beter inktslakken genoemd.
Twee sepia's zijn in een planten zich voort tijdens een
wilde omstrengeling (Foto: © Rudy
Van Geldere). |
Voortplanting van de zeekatten |
Onmiddellijk daarna begint het vrouwtje met het leggen van
de zwarte, druifvormige eieren. Stuk voor stuk knoopt ze de eieren aan een
uitstekend stuk betonijzer (betonblokken om de dijken te verstevigen), aan
een touw of aan hekwerken uit gaas (die speciaal voor de sepia's geplaatst
worden).
De paring en de voortplanting is een eenmalige gebeurtenis bij inktvissen.
Na het leggen van de eieren sterven de vrouwtjes en kort daarop ook de mannetjes.
Enkele weken na de paring vallen de inktvissen letterlijk en figuurlijk uit
elkaar. De mooie huid vertoont gaten en de armen vallen van het lichaam af.
De afvalopruimers van de zee, zoals de krabben, hebben weer een gratis feestmaal.
De relatief grote, zwarte eieren worden zestig dagen aan hun lot overgelaten.
Als we voorzichtig de zwarte beschermkap van een ei - laag voor laag - verwijderen,
blijft er een doorzichtig omhulsel over. Hierin kunnen we een heel klein inktvisje
van één centimeter grootte zien bewegen. De jonge inktvis ontwikkelt zich
dus zonder larvestadium. Ze komen rechtstreeks uit het ei, na ongeveer twee
maanden. Ze verstoppen zich onmiddellijk tussen oester- en mosselbanken of
zoals platvissen, half in het zand ondergedoken.
Een jaar na hun geboorte, wanneer de halfwas inktvissen ruim vijftien centimeter
groot zijn, verlaten ze hun geboorteplaats. Vele jaren later komen ze terug
naar hun geboortegronden, waar de geschiedenis zich herhaalt.
| De sepia in het
aquarium De laatste jaren zijn de aquariumomstandigheden geëvolueerd. Hierdoor is het houden van dit diertje mogelijk geworden. Nochtans kan men tot hiertoe de inktvisjes niet langer dan zes maanden levend houden. Wil dit lukken dan moet de waterkwaliteit uitstekend zijn, ook tijdens het transport van de vindplaats tot thuis. De watertemperatuur blijft best onder de 15° Celsius. De Sepia officinalis vangt enkel bewegend voedsel. Zeekatten zijn onverdraagzaam tegenover soortgenoten en zijn erg gevoelig voor kwetsuren. Andere aquariumbewoners vinden inktvissen een lekkernij. Op
de foto's hiernaast zien we de zwarte, |
|
|
|
|
|
|
| Meer foto's over de Sepia, kijk dan naar de pagina Weekdieren. | |
| Meer info over de sepia vind je bij: |
![]() |
Copyright © 2000 - 2011 www.seamasters.be
The SeaMasters vzw - RPR 0451.302.002