Zwarte grondel


Foto: © Ivo Madder

De zwarte grondel is een veel voorkomende vis aan de noordelijke Europese kusten. Voor onze Vlaamse kust is
hij minder algemeen, maar in de Oosterschelde en de Grevelingen komt hij plaatselijk algemeen voor.
Zijn lichaam is iets voller dan dat van de meeste andere grondels. De kleurtekening van deze grote soort
grondels is afhankelijk van de omgeving. Meestal is hij donkerbruin met donkere vlekken op de flanken, maar
bleekbruine tot bijna zwarte exemplaren zijn geen uitzondering. De onderzijde van de kop is meestal donker. 
De voorste rugvin is bij het mannetje hoger en meer als een kam gevormd, dan bij het vrouwtje. 
Elke rugvin heeft een donkere vlek in de bovenhoek van de voorste rand. Op de flanken geven wisselende
markeringen de indruk van donkere vlekken. Deze vlekken kunnen in de paaitijd zwartblauw aanlopen bij het
mannetje.
De zwarte grondel heeft een naar verhouding erg korte staartwortel. De borstvinnen hebben aan hun bovenzijde
een paar korte, vrije vinstralen. Deze vormen een soort franjezoom. De eerste rugvin, die bij het mannetje
verlengd is, reikt minstens tot het midden van de tweede rugvin als hij samengedrukt is.
De voorste neusgaten zijn buisvormig, met een eenvoudige flap op de rand.
De buikvinnen zijn samengegroeid tot een ronde zuigschijf. De schijf heeft slechts weinig zuigkracht.
Alle Europese zeegrondels zijn rovers die zich voeden met wormen, kleine kreeftachtigen, vissenlarven, slakken
en soms kleine vissen.
Hun gebit bestaat uit een aantal rijen fijne tanden in iedere kaak en soortgelijke keeltanden. Het is een fraai
zicht om de grondel zijn prooi te zien verorberen. Hij slikt zijn prooi langzaam naar binnen, terwijl hij duidelijk
met zijn keeltanden kauwt. Even later spuwt hij de prooi half naar buiten, om deze te herkauwen.
De zwarte grondel komt voor in het kustwater, tot een diepte van maximum 50 tot 75 meter. Ze leven op een
zanderige of modderige bodem. Vaak vertoeven ze tussen zeegrasvelden. In Zeeland (Nederland) komen we ze
ook tegen tussen verzande rotspartijen. Ze verschuilen zich vaak onder een schelp, tussen enkele stenen of in
een plooi in de bodem.
Daar ze goed bestand zijn tegen brak water, dringen ze ook riviermondingen binnen.
De voortplanting geschiedt in de Middellandse Zee van maart tot mei. In de westelijke Oostzee paaien ze in de
periode mei tot augustus. In Zeeland leggen ze rond april-mei hun eitjes. De eieren worden altijd tegen de
bovenkant van het hol afgelegd. Ze worden met hechtdraadjes vastgekleefd. Het mannetje bewaakt het broedsel
en voorziet het steeds van vers water. De larven komen na 5 tot 6 dagen uit.
De zwarte grondel is maar pas geslachtsrijp na ongeveer twee jaar. Hij bereikt een leeftijd van drie tot vijf
jaar. 


Foto: © Roland Wantens

De zwarte grondel in het aquarium

De zwarte grondel is gemakkelijk te houden in het zeewateraquarium. 
Een bodembedekking van fijn schelpgruis of zand is wenselijk.
We moeten voldoende schuilplaatsen voorzien, waarin hij zich kan terugtrekken, zoals holen, spleten of zelfs kapotte bloempotten.
Ongewenste steentjes en schelpen worden, door middel van de bek, van het hol weggedragen.
Hij verdedigt hardnekkig zijn territorium. Bij een eventuele inbreuk, laat hij dreigende 'gromgeluiden' horen, terwijl hij met geopende bek zijn kop lichtjes opzwelt. 
Dat bv. een zeedonderpad van gelijke grootte het onderspit moet delven na zulk een dreigement, is niet ongewoon. 
Hij is niet erg agressief tegenover kleine vissen, op voorwaarde dat hij voldoende te eten heeft. Als hij honger heeft, zal hij toch proberen kleine vissen te verschalken.
Kokerwormen kan men niet samen houden met de zwarte grondel. Deze worden onmiddellijk uit hun koker gerukt en opgegeten.
Zwarte grondels zijn niet kieskeurig op hun eten. Ze eten bijna alles: kleine, gekookte (liefst gepelde) en ongekookte garnalen, wormen, slakken, kleine visjes, stukjes hesp en biefstuk, mosselvlees en droogvoer. 
De watertemperatuur ligt het best tussen de 14 en 18 ° Celsius.
Hij hecht minder belang aan de waterkwaliteit, vermits hij zelfs in relatief vervuilde havens voorkomt. 
De pH moet zich ergens tussen de 7,9 en 8,2 bevinden.

Verschillende benamingen

Nederlands : Zwarte grondel
Duits : Schwarzgrundel
Engels : Black goby
Frans : Gobie noir

Tekst: © Ivo Madder

Copyright © 2000 - 2011 www.seamasters.be
The SeaMasters vzw - RPR 0451.302.002

Duikschool The SeaMasters vzw is aangesloten bij AVOS en NELOS.
NELOS is via BEFOS aangesloten bij CMAS.
Sponsor

 

Home | Prikbord (forum) | Vraag info | Biologie | Gastenboek | Zoeken

Deze website komt het best tot zijn recht bij een resolutie van 1280 x 1024 pixels

 
 
Verder Terug Begin

Steekkaart

Zwarte grondel

Stam (phylum):
  Centraal zenuwstelsel (Chordata)
Onderstam (sub-phylum):
  Gewervelden (Vertebrata)
Klasse (classis):
  Beenvissen (Osteichthyes)
Orde (ordo):
  Perciformes
Onderorde (subordo):
  Gobioidei
Familie:
  Gobiidae
Soort:
  Zwarte grondel (Gobius niger)
  (= Gobius jozo)
Verspreiding:
  Middellandse Zee, Zwarte Zee,
  Atlantische Oceaan, westelijke Oostzee,
  Het Kanaal, zeldzaam in de Noordzee,
  algemeen in Zeeland
Habitat :
  Boven zachte ondergrond, vaak tussen
  zeegrassen en rotsen, in ondiep water
  tot 60 m diep. Zee- en brakwater.
Grootte :
  Lengte 15-17 cm
Voedsel:
  Alleseter

Tekst: © Ivo Madder

The SeaMasters vzw

Foto's: © Roland Wantens

Duikopleiding

Prijslijst
Steekkaart Zwarte grondel
(591 kB)

Terug naar vorige pagina

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player