Ophiothrix fragilis

(Gewone) brokkelster

Foto: © Vic Verlinden

Aan de wetenschappelijke naam fragilis (breekbaar) kan je al zien dat deze zeester snel stuk gaat. Vandaar ook zijn Nederlandstalige naam Brokkelster. Deze naam heeft Ophiothrix fragilis te danken aan het opvallende kenmerk dat hij zijn armen, of stukken ervan, gemakkelijk loslaat als men hem vast neemt. Door deze eigenschap is hij in staat aan rovers en omvallende stenen te ontsnappen.
De afgebroken armen regenereren snel. Brokkelsterren schuwen het licht. Als men hem uit zijn schuilplaats haalt, zal hij zo snel mogelijk weer onder of tussen de stenen verdwijnen. Hiervoor maakt hij gebruik van roeibewegingen met enkele armen. In tegenstelling tot de gewone zeester kan hij voor de voortbeweging geen gebruik maken van de buisvoetjes. Deze missen immers zuigkracht en dienen enkel om voedsel naar de mondopening te brengen.
Op sommige plaatsen, waar stromingen veel voedsel aanvoeren, komen Brokkelsterren met miljoenen voor. Ze kunnen zich dan niet meer verstoppen onder stenen en liggen dan tapijtendik op elkaar.
Het voedsel bestaat uit dood organisch materiaal en plankton. Met de opgeheven armen, waaraan zich een soort slijm bevindt, vangen ze de voedselpartikeltjes op en brengen die naar de mondopening. Soms vangen ze ook grotere prooien zoals garnalen en kleine visjes.

De belangrijkste vijand van de Brokkelster is langdurige vorstperiode (met zeer lage watertemperatuur), de Kabeljauw en bepaalde zeesterren zoals de Luidia ciliaris.

De voortplanting geschiedt door mannelijke en vrouwelijke individuen die respectievelijk zaad en eieren afstaan aan het water. De bevruchte eieren ontwikkelen zich tot larven die, vooraleer ze als volgroeide Brokkelster tot een bodemleven overgaan, zweven in het plankton met hun lange armen.

Copyright © 2000 - 2011 www.seamasters.be
The SeaMasters vzw - RPR 0451.302.002