Steenslijmvis

Lipophrys pholis

Foto: © Ron Offermans

Lipophrys pholis is één van de slijmvissen die het verst naar het noorden doordringt.
Het zijn typische bewoners van de ondiepe rotspoeltjes.
Tijdens de najaar- en voorjaarstormen verlaten ze de rotspoeltjes, wegens het woelige water, maar blijven toch in tamelijk ondiep water.
De Steenslijmvis wordt vaak opgemerkt rond de Britse Eilanden, aan de rotskusten van Het Kanaal en in het zuidelijke gedeelte van Noorwegen.
Bij ons komt hij slecht sporadisch voor, meestal in de buurt van pieren en losse steenstortingen.

De meeste slijmvissen hebben bovenop hun kop een gevederde aangroeisel (hoorntjes). Bij de Steenslijmvis ontbreken die hoorntjes echter. Zijn huid is slijmerig, schubloos en glad. Met behulp van zijn gepaarde vinnen kruipt hij gemakkelijk doorheen het zeewier in de spleten en gaatjes van de rotsblokken. Hij heeft één lange rugvin, welke halverwege ingesneden is en aan de voorzijde een zwarte vlek vertoont. Zijn kleur varieert met de biotoop van groen gevlekt tot bruinrood of dof bruin, vaak met gele marmertekening. De maximum lengte is 16 centimeter.

Op zijn menu staan zeepokken, kleine krabbetjes en andere schaaldieren. Jonge Steenslijmvissen leven hoofdzakelijk van kleine ongewervelden, maar bijten ook de tentakels af van de zeepokken.

Het paaien vindt plaats tussen april en augustus. De eieren, met een doorsnede van ongeveer 1,5 mm, worden onder stenen of in rotsspleten afgezet en worden door het mannetje voortdurend bewaakt. Regelmatig bewaaiert het mannetje de eieren om ze van vers zuurstofrijk water te voorzien tot ze na ongeveer twee maanden uitkomen.

Copyright © 2000 - 2006 www.seamasters.be
The SeaMasters vzw - RPR 0451.302.002