Vroege vogels

 

Er zijn maar relatief weinig duikers die tijdens de wintermaand blijven doorduiken in onze sterk afgekoelde Oosterschelde. De meeste wachten tot  eind maart, begin april. Het is in deze periode van het jaar, als het water nog behoorlijk koud is (5 tot 8°C), dat vele duikers hun duikgerief terug uit de kast halen. Ze staan dan te trappelen om, net als de vele beginnelingen, hun eerste duiken te maken in het nieuwe duikseizoen. Spijtig genoeg zijn ze niet de enigen en staat de dijk overvol met duikers, vooral in het weekend. Door de massa volk onder water, worden vissen opgeschrikt en wordt de bodem omgewoeld. Het water wordt troebel en de dieren worden verjaagd. Dus vaak is het bijzonder slecht zicht en is er weinig of niets te zien, behalve misschien voor de iets meer ervaren duiker die de stofwolken gedeeltelijk kan vermijden en een geoefend oog heeft in het ontdekken van verscholen dieren.

Als het water warmer wordt (14 à 16°C) worden we nog eens geplaagd door slecht zicht, maar nu door de bloei die in het water komt. Juist op het moment dat de koulijders onder ons besluiten om ook eens te gaan duiken, is het zicht onder water  -  gedurende enkele weken  -  als in een erwtensoep. En dit net in de periode dat velen aan hun openwaterproeven willen beginnen.

Niettegenstaande al deze minder goede factoren, heeft het (vroege) voorjaar toch zo zijn charmes onder water.

 

De Snotolf

In februari/maart verlaat de Snotolf, vanaf 4 à 5 jarige leeftijd, zijn woongebied en trekt naar de paaiplaatsen in het ondiepe kustwater. Proeven hebben aangetoond dat deze vissen het vermogen hebben om steeds naar dezelfde plek terug te keren om te paaien, zelfs als ze hiervoor zeer lange afstanden moeten afleggen. Hoe ze dit doen is niet bekend.

De Oosterschelde is zo één van die paaiplaatsen waar de Snotolf naar toetrekt. We komen ze, als we geluk hebben, tegen rond de laagwaterlijn. Het mannetje dat normaal   -  net zoals het vrouwtje  -  blauwgrijs van kleur is, is in deze periode prachtig oranje tot rood gekleurd. Buiten het paaikleed, om vrouwtjes te lokken, zou het mannetje ook geluiden produceren. Hiermee zouden ze een vrouwtje akoestisch kunnen lokken. De mannelijke Snotolf maakt tijdens het paairitueel een kuil of een holte vrij, ter hoogte van de laagwaterlijn. Het vrouwtje, dat grijs gekleurd is en groter dan het mannetje wordt, legt 80.000 tot 200.000 kleine roze eitjes in de kuil, holte of rotsspleet. Deze worden onmiddellijk bevrucht door het mannetje. De eitjes worden in meerdere keren afgezet en plakken stevig aan elkaar. Hierdoor vormen ze één groot, taai legsel. Het vrouwtje trekt terug naar dieper water nadat ze haar eitjes heeft afgezet. Het mannetje blijft bij de eitjes om ze te verdedigen en er regelmatig zuurstofrijk water over heen te voeren.

Na twee maanden komen de eitjes uit en komen de jongen ter wereld, compleet met zuigschijf. Ze zijn maar vijf millimeter groot. Naar het schijnt blijven de jongen nog een tijdje bij hun vader waarbij ze zich, vastgezogen aan zijn lichaam, ten goede doen aan de witte driehoekvormige eiwitproducerende cellen welke zich achter de borstvinnen van het mannetje bevinden.

Als het water terug warm wordt, voor de zomer aanvangt, trekt de Snotolf terug naar zijn rotsig substraat tussen de 50 en 200 meter diepte, ver uit de kust. De maximale diepte waar men ze kan aantreffen is 300 meter.

Kleine, onvolwassen dieren zijn geel tot olijfgroen van kleur en hebben een zilveren of donkergrijze streep op de kop. De jongen verschuilen zich vaak tussen en op de wieren langs de kust of in de getijdepoeltjes. Als er zich veel Iers mos in de getijdepoeltjes bevindt, is hun kleur bruinrood. Als ze ouder zijn dan één jaar, bevinden ze zich hoofdzakelijk in open zee.

De Snotolf bereikt een leeftijd van ongeveer dertien jaar. De Snotolf eet schaaldiertjes, jongen van andere vissoorten, grote planktondieren zoals zeedruiven, en tijdens zijn trek naar de paaiplaatsen veel bodemorganismen zoals borstelwormen. Hij dankt zijn naam aan het feit dat hij massa's planktondieren verorberd, die tezamen op een gelatineachtige massa lijken. De Snotolf wordt ook wel eens Snotdolf genoemd. Dit komt door een gedeeltelijke naamsverwisseling met zijn soortgenoot de Slakdolf.

 

De Sepia

Rond maart/april krijgen we nog een bezoeker in de Oosterschelde die zich komt voortplanten. Het is de zeekat. De zeekat of sepia behoort tot de tienpotige inktvissen en is geen vis maar een weekdier. Vaak treffen we de volwassen Sepia in paren aan. Het mannetje is groter dan het vrouwtje en heeft tijdens de paaitijd een prachtige zwart-wit tekening. Hij volgt het vrouwtje overal, betast en streelt haar met de mondtentakels en jaagt eventuele mededingers weg. Als we geluk hebben kunnen we getuige zijn van hun intiemste moment. Je moet dan wel wat geduld hebben, maar het is de moeite waard om te wachten. Voor de paring is er een baltspel van dikwijls vele uren lang, welke in een wilde omstrengeling eindigt. Het is op dit moment dat de bevruchting plaatsvindt. Tijdens de bevruchting veranderen beide dieren sterk van kleur en eindigt de paring. Onmiddellijk daarna begint het vrouwtje met het leggen van de zwarte, druifvormige eieren. Stuk voor stuk knoopt ze de eieren aan een uitstekend stuk betonijzer (betonafval wordt soms gebruikt om de dijken te verstevigen), aan een touw, een oude fuik of aan hekwerken uit gaas (die speciaal voor de Sepia's geplaatst werden op verscheidene plaatsen in de Oosterschelde).

De paring en de voortplanting is een eenmalige gebeurtenis bij de inktvissen. Na het leggen van de eieren sterven de vrouwtjes en kort daarop ook de mannetjes. Enkele weken na de paring vallen de inktvissen letterlijk en figuurlijk uit elkaar. De mooie huid vertoont gaten en de armen vallen van het lichaam af. De afvalopruimers van de zee, zoals de krabben, hebben weer een gratis feestmaal.

De relatief grote, druifvormige, zwarte eieren worden zestig dagen aan hun lot overgelaten. Na ongeveer twee maanden komen de jonge miniatuur sepia's rechtstreeks uit het ei. Ze verstoppen zich onmiddellijk tussen oester- en mosselbanken of, zoals platvissen, half in het zand ondergedoken. Ongeveer een klein jaar na hun geboorte, wanneer de halfwas inktvissen ruim vijftien centimeter groot zijn, verlaten ze hun geboorteplaats. Vele jaren later komen ze terug naar hun geboortegronden, waar de geschiedenis zich herhaalt.

 

De pijlinktvis

Iets voor de sepia tot paring overgaat, kunnen we de pijlinktvis tegenkomen. Vooral tijdens nachtduiken treffen we hem aan. Deze inktvis legt zijn eieren in langwerpige, condoomvormige, geel doorzichtige omhulsels, die met hele trossen bevestigd worden aan uitsteeksel. We treffen de eieren vaak aan in de buurt van de sepia paaiplaatsen.

 

Het wenteltrapje       Foto van het wenteltrapje

Nu iets volledigs anders: op 23 januari 1999 ontdekte een duikster een schelpje dat ze voordien nog nooit tegengekomen was in de Oosterschelde en melde dit aan stichting ANEMOON (deze stichting houdt gegevens bij over het kleven in de Oosterschelde). Het betrof het (gewoon) wenteltrapje (Epitonium clathrus L., 1758). De eerste meldingen kwamen van de duiklocatie "Zeelandbrug".  Op deze locatie werd het schelpje later nog enige malen aangetroffen (13 maart, 14 april en 19 september 1999).  De schelpjes werden steeds bewoond door heremietkreeftjes. In de literatuur kan men lezen dat het wenteltrapje in water van gemiddelde diepten leeft (tot 80 meter). In het voorjaar trekt het naar rotskusten met zand en modder voor de ei-afzetting.

Op 28 februari 2000 ging ik duiken aan het Sas van Goes. Mijn buddy deed de duikleiding (als proef). Tijdens de afdaling kwam ik rond 10 meter diepte een wenteltrapje tegen van ongeveer 2 centimeter lang en bewoond door het slakje zelf. Het was voor mij ook de eerste keer dat ik de gewone wenteltrap in de Oosterschelde tegenkwam. Verrukt dat ik was liet ik dit zien aan mijn mededuikers. De duikleider vond dit minder leuk. Volgens hem was de totale duikduur te lang geworden doordat we naar een stom schelpje moesten kijken.

Zoals je ziet valt er nog heel wat te ontdekken in Zeeland, zelfs voor een oude rot zoals ik.

 

Ivo Madder

 

Copyright © 2000 - 2011 www.seamasters.be
The SeaMasters vzw - RPR 0451.302.002

Duikschool The SeaMasters vzw is aangesloten bij AVOS en NELOS.
NELOS is via BEFOS aangesloten bij CMAS.
Sponsor

 

Home | Prikbord (forum) | Vraag info | Biologie | Gastenboek | Zoeken

Deze website komt het best tot zijn recht bij een resolutie van 1280 x 1024 pixels

 
 
Verder Terug Begin

Welkom ...

Welkom in onze duikschool.

Velen kennen de onderwaterwereld van de fantastische documentaires van commandant Cousteau.

Je besliste vandaag om je eerste stap te zetten in deze mysterieuze wereld?
De volgende stappen richting zeebodem zullen onder begeleiding zijn van ervaren duikers.

Je koos voor onze duikschool, dus voor een veilige en zeer efficiënte opleiding.
In deze opleiding staat veiligheid en kameraadschap centraal.
Tijdens de oefenstonden, dinsdagavond van 21.15 uur tot 22.30 uur, zullen onze lesgevers (instructeurs en 4*Duikers) je zaken bijbrengen die je voordien misschien nooit voor mogelijk achtte (bijvoorbeeld: uw duikbril vol water brengen en vervolgens onder water leegblazen).
De nodige theoretische kennis zal je op een eenvoudige maar doeltreffende manier bijgebracht worden.

Laat je vooral niet afschrikken, velen zijn je reeds voorafgegaan en leerden zonder problemen duiken... en geloof me vrij "steeds volhouden", de aanhouder wint.

Je bent nog geen lid, maar wou het wel graag worden? Klik dan hier.

Nog veel duikplezier en een prettig verblijf in onze club.

Jos De Laet,
Voorzitter.

The SeaMasters vzw

Foto's: Peter Ryngaert

Duikopleiding

Prijslijst
Informatie
Brochure
(270 kB)

Terug naar vorige pagina

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player