Gewone alikruik (kreukel)

Littorina littorea

Foto's: © Vic Verlinden

Niettegenstaande Alikruiken of kreukels reeds eeuwenlang door kustbewoners verzameld worden ter consumptie, heeft dit kennelijk geen invloed gehad op de populaties. Want ze komen nog steeds algemeen voor op rotsige kusten, op stenen kunstwerken - zoals golfbrekers en dijken - en op houten palen in het kustwater.

Foto's: © Vic Verlinden

Van alle soorten alikruiken is de Gewone alikruik de grootste. Hij overleeft het  gebeuk van de golven door zich stevig in zijn huisje terug te trekken. Ze blijven aan de ondergrond vastzitten door middel van een slijmlaagje. Bij ruw weer komen ze soms los en worden dan heen en weer gerold, zonder dat ze kapot gaan. Het zijn sterke dieren die zelfs water met een laag zoutgehalte of vervuild water zonder problemen verdragen. Tijdens eb overleven de kreukels door het vocht dat in hun schelp achterblijft nadat ze hun huisje afgesloten hebben met dekseltje of operculum. Tijdens deze droge periode wordt het donkere huisje gebleekt door de zon.

Alikruiken voeden zich door zeewier van de stenen af te raspen. Ook grotere wieren en dood plantaardig materiaal schrapen ze af. Soms worden ze speciaal op oesterbanken uitgezet om ongewenste aangroeisels te verwijderen.

De voortplanting geschiedt door paring, waarna het wijfje lensvormige eikapsels van 1 mm doorsnede vrijlaat in de zee. Elk kapsel bevat maximaal 9 eieren, waaruit na ongeveer 6 dagen kleine nietige larfjes komen. Deze larfjes verblijven ongeveer twee weken tussen het plankton, alvorens zich op de zeebodem te vestigen. Eenmaal ze zich op de bodem gevestigd hebben, gewoonlijk in de maanden mei en juni, kruipen ze naar de kust. Alikruiken zijn in het derde jaar volgroeid. 

Copyright © 2000 - 2006 www.seamasters.be
The SeaMasters vzw - RPR 0451.302.002