Het monster in de Put van Ekeren

Het is de zoveelste gewone duik in 'de put'. Ik gebruik het woordje gewoon omdat nog maar weinig mensen het mooie van deze ogenschijnlijk saaie put hebben weten appreciëren. Nochtans heb ik er al meerdere prachtige duiken gedaan, waarbij zowel rivierkreeftjes en baarzen als karpers, driehoeksmosseltjes, hydra's, grote plekken sponzen, palingen, zwanenmossels (van wel 10 cm groot !), modderkruipers, snoeken, talloze schelpen van miljoenen jaren oud, kilometers waterplanten en tonnen zand de aandacht trokken ! Om nog maar te zwijgen van de ongelooflijke lichtinvallen die je kan meemaken, de geheimzinnige aantrekkingskracht van de donkere put als je langs de rand zwemt, de spannende gewaarwording als zou er een reuzegroot beest op je liggen wachten net achter het volgende heuveltje. Word je beloerd ? !

Ben je het volgende slachtoffer van Het Monster  Van De Put ? !
Voor je het weet hangt je buddy achterop je fles, voorzichtig over je schouder mee te kijken...

Tekening van een volwassen Craspedacusta sowerbii (diameter 20 mm).

Jong zoetwaterkwalletje
(diameter 2 mm),
Craspedacusta sowerbii.

 

Oog in oog met het monster

Het is één van die dagen dat het monster er even tussenuit knijpt, zodat een ontspannen duikje er wel inzit. Aan mijn hand een prille beginner, reeds enkele zoute duiken gedaan maar nog geen zoetje. Een briefing zoals het hoort, de nodige uitleg over het leven dat we kunnen verwachten, een beschrijving van het landschap onder water, de geplande diepte, enfin, alles zit erop en eraan.  Denk ik toch.We steken nog maar net onze kop onder water of mijn oog valt op een wit-doorzichtig iets. Totaal verbaasd, verrast en verbouwereerd  denk ik eerst me vergist te hebben en met een grote snottebel van één of andere duiker te maken hebben, maar nee,  het ding beweegt zeer sierlijk en zweverig door het water ! Nu moet ik volledigheidshalve zeggen dat sommige snottebellen ook best sierlijk door het leven kunnen gaan,   maar   de  schoonheid  van  dit wit-doorzichtige ding is van een heel andere klasse: het is zowaar een kwal!

Bovenaan de kop met netelkapsels.
Op de poliepkop, en rond de mondopening duidelijk detritus (organisch afval) zichtbaar.

Een KWAL!

Misschien dat je frank niet valt (bij mijn buddy is dit ook niet het geval, ze is vol kinderlijke vreugde naar een school baarsjes aan het kijken) maar een kwal in zoet water maakt dat ik jubelend wilde gebaren aan het maken ben naar mijn buddy, om haar er op te wijzen dat dit best wel héél bijzonder is. Zij heeft echter zo iets van 'een kwal, so what, die hebben we in Wemeldinge al véééél groter gezien', en staart verrukt verder naar de school baarsjes. Voor mij (die alleen de grote blauwe, roze of bruingestreepte kwallen van onze kustwateren kende) komt een zoetwaterkwal over als een contradictio in terminis. Pardon, een tegenstrijdigheid.

 

 

 

 

Poliep met knopvorming

Schematische
voorstelling van de
voortplanting.

Netelcel: in gesloten toestand (links) en in uitgeschoten toestand (rechts).

Even een serieus woordje uitleg over dit kwalletje.

De gehele zoölogische wereld was uitermate verbaasd toen in 1880 in een Londens zoetwateraquarium kleine kwalletjes werden ontdekt. Deze werden toen ongeveer tegelijkertijd door twee Engelse zoölogen beschreven (weliswaar onder verschillende namen).

Ray Lankester noemde ze 'craspedacusta sowerbii', terwijl de andere Engelsman, een zekere Allman, er de naam 'limnocodium victoria' op plakte. De oudste naam krijgt prioriteit, en zodoende werd het dus 'craspedacusta sowerbii'. (17x zeer snel achter elkaar zeggen voor het slapengaan blijkt een goed middeltje te zijn tegen rimpels, hoofd-pijn en stress. Ook rotte tanden zouden spontaan uitvallen !).

Er bestaan slechts twee echte zoetwaterkwallen (de overige zijn brakwater- of zoutwaterkwallen) ; deze hebben een typische generatie-wisseling. Onder generatiewisseling verstaan we een regelmatige opeenvolging van ongeslachtelijke en geslachtelijke voortplanting.

Bij de zoetwaterkwal komt de ongeslachtelijke voortplanting voort uit een poliepstadium. Op de poliepen ontstaat knopvorming, dewelke na enige tijd worden afgestoten. De afgestoten knoppen, die in feite nieuwe poliepen zijn, zetten zich direct vast op een vast substraat (steentjes, schelpen, hard zand,...) met hun basale gedeelte (= voetgedeelte). Na het volwassen worden van deze poliepen ontstaan weer knoppen die op hun beurt worden afgestoten, enz enz.

De onaanzienlijk kleine, solitair levende (soms in zwak ontwikkelde kolonies) poliepjes hebben een min of meer langgerekt zakvormig lichaam zonder tentakels en zijn uitgestrekt niet langer dan 1.5 mm !

Het middelste deel van het lichaam is iets gezwollen, om te eindigen in een rondachtig kopje, bezet met talrijke netelcellen (waarvan het gif in verhouding tot de afmetingen zeer sterk is). In het midden van de netelcellen bevindt zich de mondopening.

De poliep is vrijwel doorzichtig, alleen het kopje is donkerder van kleur. (Mocht je ooit een poliepje tegenkomen met een grijs- of groenachtige kleur, dan komt dit door nog kleinere algjes die voornamelijk het basale gedeelte bedekken).

Deze poliepen zijn zeer vraatzuchtig; hun voedsel bestaat uit verschillende soorten dierlijk plankton, die verlamd worden zodra ze in contact komen met de netelcellen om vervolgens door de ver opengaande mond te worden verorbert. Het kan zijn dat, in een bepaald meer of bepaalde rivier, er jarenlang enkel deze ongeslachtelijke voortplanting voorkomt om dan plots (door bvb. een stijging van temperatuur) over te schakelen naar een geslachtelijke voortplanting.

Ook in dat geval vormt de poliep zoals steeds een knop, maar in plaats van een nieuwe poliep groeit er een meduse (=kwal) uit. Men noemt dit een hydromeduse.

Er is nu sprake van een vrijzwemmend stadium. De kwallen scheiden zaadcellen en/of eicellen af, al naargelang weet je wel, waaruit na samensmelting een vrucht ontstaat. Hieruit groeit een planula-larve. Deze planulalarve zet zich op haar beurt vast op de bodem en groeit uit tot een poliep. Hierop groeit een knop, waaruit een meduse komt, en we zijn weer rond met onze cyclus.

De zoetwaterkwal is dus in staat om naargelang de omstandigheden zich geslachtelijk (poliepkes die kwalletjes vormen) of ongeslachtelijk (poliepkes die poliepkes vormen) voort te planten.

Het lijkt eenvoudig en voor de geslachtelijke voortplantingsfase is dat ook zo. Bij de ongeslachtelijke voortplanting komen nog enkele zaken naar boven : al naargelang de omstandigheden (slecht, koude, droogte, ...) krijgen we telkens een andere manier van poliepvorming.

Volgen op het schema zal nodig zijn om er iets van te begrijpen. We zien rechts onderaan de poliepstadia.

 'Knospung'  (1) de meest normale en meest voorkomende vorm : de poliep krijgt een knop, die groeit uit tot een andere poliep, wordt afgestoten en zet zich vast.

 'Frustelbildung' (2)   is nog vrij veel voorkomend : de poliep krijgt een uitstulping, de frustel, die na enige tijd wordt afgestoten. De frustel groeit uit tot een Saccula. Deze is beperkt vrijzwemmend en kan op eigen houtje op jacht gaan naar voedsel : mits het opzuigen van water dat vervolgens door een samentrekken van het lichaam via de mond wordt uitgestuwd, ontstaat een kleine voortgang. Na enige tijd gaat ook de Saccula over in een vast stadium : we hebben terug de gekende poliepvorm van in het begin.

'Kugelfrustelbildung' (3) komt voor als de omstandigheden plots verslechteren : dit is een noodoplossing van de poliep om te kunnen overleven. De Kugelfrustel groeit uit tot een Calposoma (4) met tentakels ! En zelfs in deze omstandigheden kan de Calposoma beroep doen op 3 verschillende manieren om het behoud te verzekeren :         

·    Ofwel vormt er zich een frustel, die na enige tijd vrij te hebben rondgezwommen als Saccula,
   een nieuwe Calposoma wordt.
·   
Ofwel vormt er zich een nieuwe kogelfrustel die dadelijk uitgroeit tot een Calposoma.
·   
Ofwel groeit er op de hele Calposoma een nieuwe Calposoma die volgroeit wordt afgestoten.

Worden de omstandigheden terug beter dan zal de Calposoma vergroeien tot een poliep van de eerste vorm.

Blijven de omstandigheden verbeteren en wordt zo de temperatuur aangenaam, dan kan er uit dit poliepen-stadium een meduseknop groeien. Als alles goed gaat krijgen we nu een vrijzwemmend sierlijk kwalletje ! !

Het minuscuul kleine kwalletje doorloopt natuurlijk ook enkele stadia vooraleer het volwassen is. Eerst is er het Ryderi-stadium : het kwalletje is nu 1 mm groot en heeft acht tentakeltjes. Snel daarna volgt het 16-tentakel-stadium : grootte is nu 1.5 mm. De kwal groeit, krijgt meer tentakels. Bij volle wasdom is de kwal ongeveer 22 mm groot met een 400-tal tentakels.

 

Poliep met medusegroei.

En geloof het of niet, DAT is nu wat ik gezien heb ! 

Zelfs na zovele duiken in die voor zovele mensen saaie put kan je boeiend leven ontdekken. Het zou trouwens kunnen dat het enkele jaren op zich laat wachten vooraleer ik nog een kwalletje tegenkom in de put. Of het wordt een ware overwoekering elke nazomer.

Duik ze nog frisjes, maar beware voor het monster.

 

Dieter De Smet, ©duikschool The SeaMasters v.z.w.

Geraadpleegd werk: Das Zooplankton der Binnengewässer ISBN 3.510.40035.6

Voor foto's van de zoetwaterkwal in de Put van Ekeren, klik hier.

Klik hier voor een filmpje (in wmv-formaat) over de zoetwaterkwal (auteur: Etienne Van Wambeke).

Copyright © 2000 - 2011 www.seamasters.be
The SeaMasters vzw - RPR 0451.302.002

Duikschool The SeaMasters vzw is aangesloten bij AVOS en NELOS.
NELOS is via BEFOS aangesloten bij CMAS.
Sponsor

 

Home | Prikbord (forum) | Vraag info | Biologie | Gastenboek | Zoeken

Deze website komt het best tot zijn recht bij een resolutie van 1280 x 1024 pixels

 
 
Verder Terug Begin

De Put van Ekeren of Recreatiedomein Muisbroek

De beroemde put van Ekeren voor zij die in het antwerpse duiken, is een oude waterwinningsput ten behoeve van de vroeger rangeerstation(s) van Antwerpen om de stoomlocomotieven van water te voorzien. Deze vijver is in ongebruik geraakt en is door de stad Antwerpen in beheer gegeven aan AVOS. De helft van deze waterplas is voorbestemd om te duiken de rest is natuurreservaat.Onder impuls van de VLAREM(s) werd in 2002 het huidige reglement inwendige orde van kracht. Dit reglement legt de vorowaarden om te mogen duiken vast. Voor verdere info zie ook op de website van AVOS. Hieronder een oproep:

Dringende oproep naar alle bonafide duikers en recreanten in en rond de put van Ekeren.

Bij warme dagen wordt er door een groot aantal personen in onze put gezwommen. Ongeacht de risico's hieraan verbonden is zwemmen in de vijver van Muisbroek bij politiereglement uitdrukkelijk verboden. Wij ontvingen ook klachten omtrent vandalisme, o.a. vernieling van de reddingsboei en sluikstorten.

Concreet worden alle duikers met aandrang verzocht bij vaststelling van hierbovenvermelde daden één van volgende diensten te alarmeren:

Politie Ekeren: 03/544 11 80 (week- en zaterdag 10 tot 18u – donderdag 13 tot 21u – zondag gesloten)
Politie Antwerpen blauwe lijn: 0800/123 12 (24u op 24)
Politie Antwerpen noodnummer: 101
In het bijzonder dient gemeld: zwemactiviteiten – stroperijen – sluikstorten.

Steeds naam van agent en datum uur van oproep noteren en indien mogelijk uur waarop eventueel de interventie werd vastgesteld. Deze gegevens doorgeven aan AVOS-secretariaat zodat de reactie op de klacht kan opgevold worden.

Foto's: Peter Ryngaert

Duikopleiding

Prijslijst
Informatie
Brochure
(270 kB)

Terug naar vorige pagina

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player