Schaal van Beaufort
Schout-bij-Nacht Sir Francis
Beaufort (1774-1857) heeft als commandant van de Woolwich
in 1806 de schaal bedacht die naar hem genoemd is. Tijdens deze
eerste jaren als commandant ontwierp hij zijn eerste versie van
de "Wind Force Scale and Weather Notation"
code. Tegenwoordig lijkt het net alsof de schaal bestaat
uit windsnelheden, die een nummer en een naam hebben gekregen, maar
eigenlijk was dat niet zo.
|
CODE |
Benaming
|
Benaming
door de
weerman |
Gemiddelde
snelheid |
Kenmerk(en) |
| m/s |
knopen |
km/h |
| 0 |
Stilte |
Windstil |
0
- 0,2 |
<
1 |
<
1 |
Rook
stijgt (recht) omhoog |
| 1 |
Flauw
en stil |
Zwakke
wind |
0,3
- 1,5 |
1
- 3 |
1
- 5 |
Rookpluimen
geven richting aan |
| 2 |
Flauwe
koelte |
Zwakke
wind |
1,6
- 3,3 |
4
- 6 |
6
- 11 |
Bladeren
ritselen |
| 3 |
Lichte
koelte |
Matige
wind |
3,4
- 5,4 |
7
- 10 |
12
- 19 |
Bladeren
en twijgen voortdurend in beweging |
| 4 |
Matige
koelte |
Matige
|
5,5
- 7,9 |
11
- 16 |
20
- 28 |
Stof
en papier dwarrelen op |
| 5 |
Frisse
bries |
Vrij
krachtige wind |
8,0
- 10,7 |
17
- 21 |
29
- 38 |
Takken
maken zwaaiende bewegingen |
| 6 |
Stijve
bries |
Krachtige
wind |
10,8
- 13,8 |
22
- 27 |
39
- 49 |
Grote
takken bewegen |
| 7 |
Harde
wind |
Harde
wind |
13,9
- 17,1 |
28
- 33 |
50
- 61 |
Bomen
bewegen |
| 8 |
Stormachtig |
Stormachtige
wind |
17,2
- 20,7 |
34
- 40 |
62
- 74 |
Twijgen
breken af |
| 9 |
Storm |
Storm |
20,8
- 24,4 |
41
- 47 |
75
- 88 |
Takken
breken af. Dakpannen waaien weg |
| 10 |
Zware
storm |
Zware
storm |
24,5
- 28,4 |
48
- 55 |
89
- 102 |
Bomen
worden ontworteld |
| 11 |
Zeer
zware storm |
Zeer
zware storm |
28,5
- 32,6 |
56
- 63 |
102
- 117 |
Uitgebreide
schade aan bossen en gebouwen |
| 12 |
Orkaan |
Orkaan |
>32,6 |
>63 |
>117 |
Niets
blijft meer overeind |
|
|
Uitwerking van de wind op plant, dier en zee
| CODE |
Uitwerking
op planten |
Uitwerking
op dieren |
Uitwerking
op zee
(Schaal van Petersen) |
| 0 |
In
rust |
Alle
vogels in de weer
Herfstdraden zweven |
Spiegelglad |
| 1 |
Geen
beweging |
Veel
zwevende vogels
Bladluizen vliegen
Jonge spinnen zweven aan draden |
Kleine
golfjes
Zee heeft geschubd aanzien |
| 2 |
Blad
ritselt |
Alle
vogels en ongewervelde
diersoorten actief |
Kleine,
korte, maar beter
gevormde golven
Golven hebben glasachtig aanzicht |
| 3 |
Bladeren
en twijgen
in beweging |
Spinnen,
luizen en sprinkhanen
verplaatsen zich niet |
Kleine
golven met brekende
toppen en witte schuimkopjes |
| 4 |
Kleine
takken bewegen |
Ideaal
voor zeevogels
Kevers blijven aan de grond
Muggen steken niet meer |
Kleine,
langere golven
en vrij veel witte schuimkoppen |
| 5 |
Kleine
takken met bladeren en
bomen bewegen |
Nachtelijke
vogeltrek stopt
Alle vliegen aan de grond, behalve horzels |
Matige
golven van veel grotere lengte
Opwaaiend schuim en
overal witte schuimkoppen |
| 6 |
Grote
takken bewegen |
Weinig
kleine vogelsoorten in de lucht
Nachtvlinders en bijen vliegen niet meer |
Grotere
golven
Overal brekende koppen
Witte schuimplekken
Veel opwaaiend schuim |
| 7 |
Hele
bomen bewegen |
Kleine
vogels zoeken schuilplaats Vlinders en horzelfs vliegen
niet meer |
Hogere
golven
Wit schuim vormt strepen in richting van de wind
Overal brekende koppen
Veel opwaaiend schuim |
| 8 |
Twijgen
breken af |
Weinig
vogels in de lucht
Alleen libellen vliegen nog |
Matig
hoge golven met aanmerkelijke kamlengte
Golftoppen waaien af en vormen goed
gevormde schuimstrepen in richting van de wind |
| 9 |
Takken
breken af |
Alleen
zwaluwen en eenden wagen
zich in de lucht |
Hoge
golven met zware schuimstrepen
Rollers beginnen zich te vormen
Slecht zicht door verwaaid schuim |
| 10 |
Bomen
worden o |
Alle
vogels aan de grond |
Zeer
hoge golven met lange
overstortende en schuimende golfkammen
Zware overslaande rollers
Grote oppervlakten schuim
Zee ziet wit van schuim
Verwaaid schuim vermindert het zicht |
| 11 |
Enorme
schade aan bossen |
- |
Buitengewoon
hoge golven
Zee geheel bedekt met lange schuimstrepen
De randen van de golfkammen verwaaien overal
Kleine schepen verliezen elkaar uit het zicht
Sterk verminderd zicht |
| 12 |
Verwoestingen |
- |
Lucht
vol schuim en verwaaid zeewater
Zee ziet volkomen wit door schuim
Het zicht op korte afstand is verdwenen |
Uitwerking van de wind op mens en land
| CODE |
Uitwerking
op de mens |
Uitwerking
boven land |
| 0 |
- |
Rook
stijgt recht of bijna recht omhoog |
| 1 |
- |
Wiondrichting
goed af te leiden uit rookpluimen |
| 2 |
Wind
merkbaar in gezicht |
Geluid
hoorbaar van ritselende bladeren. |
| 3 |
- |
Stof
waait op |
| 4 |
Haar
in de war en kleding flappert |
- |
| 5 |
Opwaaiend
stof hinderlijk voor de ogen |
Veel
en hoog opwaaiend stof
Gekuifde golven op meren en kanalen
Vuilcontainers waaien om |
| 6 |
Paraplu's
met moeite vast te houden |
- |
| 7 |
Het
is lastig tegen de wind in te lopen of te fietsen |
- |
| 8 |
Voortbewegen
zeer moeilijk |
- |
| 9 |
Kinderen
waaien om |
Schoorsteenkappen
en dakpannen waaien weg |
| 10 |
Volwassenen
waaien om |
Grote
schade aan gebouwen |
| 11 |
- |
Grote
schade en gevaar in steden door
rondvliegende dakpannen, golfplaten
en andere materialen |
| 12 |
Levensgevaarlijk
om buiten te zijn |
Verwoestingen |
Beaufort is geen geschikt zeecriterium
Het kennen van de windkracht of windsnelheid is voor ons duikers
van uiterst belang omdat er een
rechtstreeks verband is met de toestand van het zeeoppervlak.
Hoe groter de windsnelheid en zijn
inwerkingstijd, des te groter worden de golven. Het al dan niet
uitvaren wordt hierdoor bepaald.
De Beaufortschaal duidt eigenlijk enkel de windkracht aan, en
niet de toestand van de zee.
Een bepaalde windkracht op de schaal van Beaufort kan een karakteristiek
uitzicht geven aan het zeeoppervlak, op voorwaarde dat deze wind
gedurende een voldoende tijd en over een voldoende
lange fetch
waait. Het is dus mogelijk om, aan de hand van de windkracht,
de toestand van de zee in
te schatten.
Omgekeerd kan een ervaren zeeman de windkracht in Beaufort schatten,
aan de hand van het uitzicht
van de zee. Het effect van de wind op de observeerder zelf, het
scheepstuig, de vlag, enz. kan als
criterium gelden. In dit geval schat men de relatieve windkracht
en moet men rekening houden met de
snelheid van het schip zelf, om aldus de werkelijke windsnelheid
te benaderen.
Een betere methode is de zeegang
te gebruiken als "zeecriterium" voor de windkracht.
Hier speelt
de snelheid van het schip waarop de waarneming gebeurt geen rol.
In de praktijk observeert de
zeeman het zeeoppervlak, noteert de lengte en de hoogte van de
golven, de witte schuimkoppen, enz.
Aan de hand van deze waarnemingen bepaald hij de zeegang.
(Zie de schaal van Petersen
voor foto's over de toestand van de zee).
Home | Prikbord
(forum) | Vraag info
| Biologie | Gastenboek
| Zoeken
Deze website komt het best tot
zijn recht bij een resolutie van 1280 x 1024 pixels
|