Waar ben ik ?
Waar bevindt zich de eindbestemming ?
Hoe ver is het nog alvorens ik mijn doel bereikt heb ?
Hoe lang duurt het nog ?

Een verklarend artikel over GPS of Global Positioning System, geschreven door Stef Teuwen.

Inzicht

Onder andere deze vragen stelt een duiker/schipper zich nogal eens indien deze op zee vaart met als eindbestemming een bepaald wrak. In één oogopslag weet hij het antwoord op al deze vragen. Het display van zijn GPS of Global Positioning System geeft hem namelijk alle gewenste informatie met een uitzonderlijk grote nauwkeurigheid. Ook voor in de auto is dit instrument reeds beschikbaar. Inderdaad volstaat een handzame ontvanger om overal op aarde je precieze positie te bepalen. Daartoe trekken een 24-tal satellieten baantjes rond de aardbol, op een hoogte van zo'n 20.000 kilometer. De GPS in je auto bijvoorbeeld plukt de satelliet-signalen uit de lucht en vertelt je dat je vijf meter terug linksaf had gemoeten. Voorwaar geen geringe prestatie!

Op stap met ondersteuning van satellieten.

Het Global Positioning System (kortweg GPS) levert verbazingwekkend nauwkeurige resultaten, alhoewel het basisprincipe uitermate eenvoudig is. Speciaal voor de plaatsbepaling via deze methode werden er 24 satellieten in een baan om de aarde gebracht. De GPS-ontvanger kiest er minstens 3 uit die zich op dat moment boven de horizon bevinden en bepaalt tot deze satellieten de precieze afstand.In een driedimensionale ruimte (links-rechts; voor-achter; onder-boven) zijn er minstens 3 afstanden tot een vast punt nodig om een precieze plaatsbepaling te kunnen uitvoeren.

Inderdaad zou, indien de positie bepaald werd met behulp van slechts 1 satelliet (1 afstand gekend), deze positie gelegen zijn op de cirkelomtrek die op de aarde kan getekend kan worden met een denkbeeldig potlood waarvan de lengte gelijk is aan de opgemeten precieze afstand tussen de ontvanger en de satelliet. Dit levert oneindig veel mogelijkheden op en is dus niet bruikbaar.

Met behulp van een tweede satelliet (er zijn nu 2 afstanden gekend), zullen de bijbehorende cirkels elkaar tweemaal snijden. De exacte positie is bijgevolg nog steeds niet gekend (het is ofwel het ene ofwel het andere punt) en bijgevolg maken we gebruik van een derde satelliet (een derde afstand). Deze drie cirkels snijden elkaar in principe in één enkel punt. Dit punt duidt dan de plaats aan op aarde waar we ons momenteel bevinden.

Deze exacte positie op het aardoppervlak zal door de GPS-ontvanger op het display aangeven worden onder de vorm van een lengtegraad en een breedtegraad. De schipper kan deze gegevens op zijn zeekaart uitplotten. 
De snelheid waarmee het snijpunt van de drie cirkels verschuift over het aardoppervlak is uiteraard een rechtstreekse aanduiding voor de snelheid van het voertuig.

Doordat de schipper de coördinaten van zijn eindbestemming (een wrak bijvoorbeeld) heeft ingebracht en doordat de GPS-ontvanger "weet" op welke positie de boot zich op elk ogenblik bevindt, zal na een eenvoudige berekening door de ontvanger, deze aangeven op hoeveel mijl (of km) onze eindbestemming gelegen is. In combinatie met de berekende snelheid kan bepaald worden hoe lang het bij de huidige snelheid zal duren om het einddoel te bereiken. Meestal wordt al deze informatie cijfermatig op het scherm gebracht en wordt de mogelijkheid geboden om op meerdere manieren deze resultaten grafisch weer te geven (een snelweg, een kompasroos, enz.).

Via deze handige grafische weergave is het voor de stuurman onmiddellijk duidelijk welke koers hij in principe moet varen, hoe hij moet sturen om (terug) in rechte lijn te komen met de eindbestemming en ziet hij in welke mate hij eventueel van de ideale koers afwijkt. Let op: navigeren in de praktijk is heel wat anders dan het blokje dat de eindbestemming voorstelt in lijn te brengen met het blokje dat de boot voorstelt. Heel dikwijls moet de stuurman een afwijkende koers varen om bijvoorbeeld hindernissen zoals zandbanken te ontwijken, traffic lanes correct te kruisen, enz, enz.

Alle interessante gegevens met betrekking tot de plaatsbepaling kunnen in het geheugen van de ontvanger gestockeerd en voor later gebruik weer opgeroepen worden. Heel handig is ook de "man over boord"-toets. In eerste instantie is het de bedoeling om, in geval een bemanningslid overboord valt, deze toets onmiddellijk in te drukken zodat de plaats (de exacte positie) waar het ongeval zich voordeed ter beschikking is van de schipper. Deze kan dan heel gericht een zoekactie starten (bij slecht zicht zoals mist of regen of bij hoge golven is dit een onontbeerlijk hulpmiddel). In tweede instantie wordt deze optie dikwijls gebruikt in geval een wrak voor het eerst wordt opgespoord. Zien we op de echosounder het wrak te voorschijn komen dan wordt deze toets onmiddellijk ingedrukt. Verdwijnt de echo van het wrak van het scherm dan kan het wrak gemakkelijk terug gevonden worden met behulp van de zonet bekomen plaatsbepaling.

Uit het hierboven beschreven principe volgt dat de GPS-ontvanger de locatie van de satellieten op elk moment exact moet "weten". Deze satellieten bevinden zich ver boven de aardatmosfeer zodat ze in hun baan om de aarde geen hinder ondervinden van de wrijving met de dampkring. Daarom volgen ze een baan die wiskundig perfect kan beschreven worden en die de GPS-ontvangers kennen. Bovendien houdt het Amerikaanse ministerie van defensie precies bij waar de satellieten zich in werkelijkheid bevinden. Eventuele afwijkingen in de baan worden onmiddellijk opgemerkt en door het ministerie doorgegeven aan de satellieten. Deze sturen op hun beurt deze correcties door in hun radiosignalen naar de ontvangers. M.a.w. geeft de satelliet zelf door aan de GPS-ontvanger in hoeverre hij zelf afwijkt van de ideale baan.

GPS-ontvangers hebben geen schotelantenne van een meter doorsnee om het satellietsignaal op te vangen (tv-antennes voor satellietontvangst hebben dit wel). In plaats daarvan zijn ze meestal uitgerust met een kleine antenne (dit is zeer zeker het geval bij de hand-GPS) en dit maakt ze handelbaar. Het nadeel hiervan is dat dit kleine antennetje niet alleen het satelliet-signaal opvangt maar ook een enorme hoeveelheid achtergrondruis uit de ether. Het eigenlijke signaal gaat in deze ruis compleet ten onder. Toch kunnen de GPS-ontvangers het signaal tevoorschijn toveren. Dat komt omdat ze weten hoe het goede signaal er uit moet zien. Ze weten dus wat ze moeten zoeken. Het signaal bevat voor de ontvanger dus nauwelijks nieuwe informatie. Het vertelt alleen van welke van de 24 satellieten het vandaan komt, enige correcties over de baan, en - heel belangrijk - wanneer de satelliet het signaal heeft uitgezonden.

De GPS-ontvanger meet de afstand tot de satellieten door te bepalen hoe lang hun radiosignaal erover doet om de ontvanger te bereiken. Daarom moet de ontvanger weten wanneer het signaal is uitgezonden (alsook wanneer het signaal toekomt). De computer in de GPS-ontvanger berekent de afstand door de reistijd van het satellietsignaal te vermenigvuldigen met de lichtsnelheid (snelheid van het signaal). Die snelheid is erg hoog (+/- 300.000 km/sec) en dat betekent dat de ontvanger de reistijd zeer nauwkeurig moet bepalen. Als de klok in de ontvanger één duizendste van een seconde achterloopt, levert dat een fout in de afstand op van 300 kilometer.

In de satellieten zitten atoomklokken die met een ongekende nauwkeurigheid de tijd wegtikken. De GPS-ontvangers beschikken niet over zulke nauwkeurige klokken. Het zou ze veel te duur maken zodat het systeem voor de meeste gebruikers onbetaalbaar zou worden. Het systeem hanteert daarom een slimme truc: het betrekt een vierde satelliet in het verhaal. De afstandsmeting tot de vierde satelliet zou bij een exact gelijklopende klok overbodig zijn. Loopt de klok in de ontvanger niet precies bij, dan kan deze vierde meting uitvogelen hoeveel de klok voor of achter loopt. Inderdaad wordt een bepaalde minimale tijdsduur bij de gemeten reistijd van het signaal bijgeteld of afgetrokken zodanig dat de drie gecorrigeerde cirkels van de drie eerste satellieten elkaar snijden in eenzelfde punt. Om te weten hoeveel er moet aangepast worden en in welke richting wordt mogelijk gemaakt door het signaal van de vierde satelliet te interpreteren.

Naast verkeerd lopende klokken staan nog allerlei vervelende verschijnselen te trappelen om de kloof tussen elegante theorie en weerbarstige praktijk onoverkomelijk te maken. De radiosignalen van de satelliet reizen door de atmosfeer, waardoor hun snelheid iets lager ligt dan de lichtsnelheid in het luchtledige. Aangekomen bij het aardoppervlak weerkaatst het signaal tegen obstakels zoals bergen, bossen en gebouwen. De GPS-ontvanger "hoort" daardoor niet één zuiver signaal maar een kakofonie van echo's waaruit hij wijs moet zien te worden. Als we ver genoeg uit de kust varen zal dit echoprobleem niet meer optreden.

De techniek die in één klap vrijwel alle foutenbronnen uitschakelt heet de "differentiële GPS". Het idee is als volgt. Stel dat je tientallen GPS-ontvangers hebt rondvaren (of rondrijden), bijvoorbeeld omdat je een vloot (of een busbedrijf) in de running hebt. Je kunt in elk schip (of in elke bus) een geavanceerde GPS-ontvanger aanbrengen die de meetfouten zelf corrigeert. Dit is duur en bovendien overbodig. Het is veel eenvoudiger om sporadisch op welbepaalde plaatsen één vaste GPS-ontvanger te installeren en daarvan de exacte positie te bepalen; niet met behulp van satellieten maar wel met bijvoorbeeld landkaarten of met andere bijkomende hulpmiddelen. Deze stationaire ontvanger rekent nu de andere kant op! Uit zijn eigen en zeer goed gekende positie én die van de satellieten (deze zenden hun eigen positie immers uit), berekent de vaste GPS-ontvanger de afstand naar de satelliet. Vervolgens meet hij, op de normale manier voor een GPS, de afstand tot de satelliet. Uit deze dubbele meting komt het verschil tevoorschijn tussen de berekening en de meting en daaruit kan de systematische fout bepaald worden.

De systematische meetfout is nu bekend en zal voor de ontvangers in de buurt van dit vast station hetzelfde zijn. Doordat de satellieten erg ver weg staan, "zien" immers alle ontvangers de satellieten in dezelfde richting als waarin de centrale, stationaire ontvanger hen ziet. De signalen komen bijgevolg eveneens dezelfde foutenbronnen tegen. De stationaire GPS-ontvanger corrigeert met behulp van deze berekende, systematische fout alle signalen die hij ontvangt van de GPS-ontvangers van de boten of van de bussen en stuurt de gecorrigeerde waarde terug naar de mobiele ontvanger. Zo kan de positie van deze boten of bussen bepaald worden door de centrale GPS tot op enkele meters nauwkeurig. Deze stationaire ontvangers zijn niet alleen ter beschikking van bedrijven (rederijen of buscentrales) maar kunnen ook aangewend worden door iedere individuele DGPS-ontvanger. Je treft deze apparaten bijgevolg steeds meer en meer aan op RIB's die de Noordzee opvaren op zoek naar een geschikt wrak.

Maar het kan nog beter! De hoogste nauwkeurigheid wordt bereikt door ook de fase van de satellietsignalen te gebruiken. Dit kan leiden tot een foutenmarge van slechts enkele millimeters!!! Deze methode wordt o.a. gebruikt voor de bepaling van bodemdaling en zeespiegelstijging. Allicht zijn er hierdoor voor militairen ook mooie toepassingen weggelegd. Enkele bommen achter elkaar door dezelfde schoorsteen jagen behoort momenteel werkelijk tot de mogelijkheden.

Stef Teuwen  -  2001

 

Copyright © 2000 - 2011 www.seamasters.be
The SeaMasters vzw - RPR 0451.302.002

Duikschool The SeaMasters vzw is aangesloten bij AVOS en NELOS.
NELOS is via BEFOS aangesloten bij CMAS.
Sponsor

 

Home | Prikbord (forum) | Vraag info | Biologie | Gastenboek | Zoeken

Deze website komt het best tot zijn recht bij een resolutie van 1280 x 1024 pixels

 
 
Verder Terug Begin

Welkom ...

Welkom in onze duikschool.

Velen kennen de onderwaterwereld van de fantastische documentaires van commandant Cousteau.

Je besliste vandaag om je eerste stap te zetten in deze mysterieuze wereld?
De volgende stappen richting zeebodem zullen onder begeleiding zijn van ervaren duikers.

Je koos voor onze duikschool, dus voor een veilige en zeer efficiënte opleiding.
In deze opleiding staat veiligheid en kameraadschap centraal.
Tijdens de oefenstonden, dinsdagavond van 21.15 uur tot 22.30 uur, zullen onze lesgevers (instructeurs en 4*Duikers) je zaken bijbrengen die je voordien misschien nooit voor mogelijk achtte (bijvoorbeeld: uw duikbril vol water brengen en vervolgens onder water leegblazen).
De nodige theoretische kennis zal je op een eenvoudige maar doeltreffende manier bijgebracht worden.

Laat je vooral niet afschrikken, velen zijn je reeds voorafgegaan en leerden zonder problemen duiken... en geloof me vrij "steeds volhouden", de aanhouder wint.

Je bent nog geen lid, maar wou het wel graag worden? Klik dan hier.

Nog veel duikplezier en een prettig verblijf in onze club.

Jos De Laet,
Voorzitter.

The SeaMasters vzw

Foto's: Peter Ryngaert

Duikopleiding

Prijslijst
Informatie
Brochure
(270 kB)

Terug naar vorige pagina

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player