Windchill of afkoelingseffect
(Bron: 'Het weer nader verklaard'
KNMI / NOS Teletekst, door Harry Geurts)
Of het echt koud aanvoelt hangt af van veel meer
factoren dan alleen de temperatuur. In de wind voelt het in de
regel een stuk kouder dan uit de wind. Dit afkoelingseffect uitsluitend
veroorzaakt door wind staat bekend als "windchill".
Hoe kouder het is en hoe harder het waait des te kouder voelt
het aan. We kunnen dat warmteverlies uitdrukken in een soort gevoelswaarde
van de temperatuur, ook wel gevoelstemperatuur en in de meteorologie
windchill-equivalente of effectieve temperatuur genoemd. Voor
de berekening daarvan bestaan verschillende methoden. Daardoor
worden er voor dezelfde omstandigheden soms verschillende windchill-temperaturen
gegeven. Vaak wordt gebruik gemaakt van de formule van Sippel
en Passel, maar deze formule is niet realistisch omdat zij ervan
uitgaan dat de mensen geen kleding dragen. De gevoelstemperaturen
zijn volgens deze formule een stuk extremer.
Het KNMI hanteert de methode van de Amerikaanse textielfabrikant
Robert Steadman. Zijn berekeningen zijn gebaseerd op het evenwicht
tussen warmteverlies en warmteproduktie van een gezond persoon.
Hij gaat ervan uit dat de kleding is aangepast aan de weersomstandigheden
en dat de persoon in de buitenlucht wandelt met een snelheid van
bijna 5 kilometer per uur, ofwel 1,3 meter per seconde (referentie
windsnelheid). Bovendien betrekt Steadman in zijn berekening gegevens
van de windsnelheid, luchtvochtigheid en zonnestraling.
Een wandelaar zal een paar graden vorst bij een matige wind (windkracht
3) als enkele graden kouder ervaren. Bij een stormachtige wind
is het voor zijn gevoel nog eens 10 graden kouder. Een fietser
zal de kou weer heel anders ervaren, waarbij het natuurlijk ook
uitmaakt of hij wind tegen heeft. Het begrip gevoelstemperatuur
is zeker niet van toepassing op levenloze objecten zoals machines,
gewassen, het antivries in de auto of kwik. Die objecten kunnen
nooit kouder worden dan de luchttemperatuur. We kunnen de gevoelstemperatuur
dan ook niet meten met een gewone thermometer.
De afkoelingssnelheid is overigens wel te meten door gebruik
te maken van een katathermometer. Dit instrument bezit een groot
cylindervormig reservoir dat gevuld is met donker gekleurde alcohol.
De katathermometer wordt verwarmd tot boven de lichaamstemperatuur
en meet bij verschillende windsnelheden en omgevingstemperaturen
de tijd waarin de door de thermometer aangewezen temperatuur daalt
van één graad boven tot twee graden onder de lichaamstemperatuur.
Die tijd is een maat voor de afkoelingssnelheid. De wind heeft
dus invloed op de snelheid waarmee afkoeling optreedt. Daarom
bevriezen waterleidingen en verwarmingselementen sneller als het
bij vorst bovendien hard waait. De waterleiding van de buitenkraan
dus maar snel afsluiten als de meteorologen over transportkou
beginnen: kou die met een harde wind rechtstreeks uit Rusland
of Siberië naar ons land wordt gevoerd.
Zeer koude dagen met extreme windchill en gevoelstemperaturen
van -17°C of lager kwamen in deze eeuw in De Bilt op 10 dagen
voor, het laatst op carnavalsmaandag 14 februari 1994. Het KNMI
geeft in zulke gevallen een extra waarschuwing in verband met
het gevaar voor bevriezing van onbedekte delen van de huid. De
meest extreme windchill deed zich in De Bilt voor op 11 februari
1929 en 15 januari 1987, toen de gevoelstemperatuur gemiddeld
respectievelijk -28 en -25°C bedroeg. Tijdens windvlagen was het
voor het gevoel -31 tot -33°C. In zo'n ijzige wind raken zelfs
goed geklede mensen gemakkelijk bevangen door de kou.
Windchill-tabel
| Windsnelheid |
Temperatuur
in graden Celsius |
| m/sec |
Beaufort |
km/h |
0 |
-1 |
-2 |
-3 |
-4 |
-6 |
-8 |
-10 |
-12 |
-14 |
-18 |
| 2 |
1
- 2 |
7,2 |
0 |
-1 |
-2 |
-3 |
-4 |
-6 |
-8 |
-10 |
-12 |
-14 |
-18 |
| 5 |
3 |
18 |
-3 |
-4 |
-5 |
-6 |
-7 |
-9 |
-11 |
-13 |
-16 |
-18 |
-22 |
| 7 |
4 |
25,2 |
-4 |
-6 |
-7 |
-8 |
-10 |
-11 |
-14 |
-17 |
-19 |
-22 |
-26 |
| 9 |
5 |
32,4 |
-6 |
-8 |
-9 |
-11 |
-12 |
-13 |
-17 |
-19 |
-22 |
-25 |
-30 |
| 11 |
6 |
39,6 |
-8 |
-9 |
-11 |
-13 |
-14 |
-16 |
-19 |
-22 |
-25 |
-28 |
-33 |
| 13 |
6 |
46,8 |
-10 |
-11 |
-13 |
-14 |
-16 |
-17 |
-21 |
-24 |
-28 |
-31 |
-36 |
| 16 |
7 |
57,6 |
-11 |
-12 |
-14 |
-16 |
-18 |
-19 |
-23 |
-27 |
-31 |
-34 |
-39 |
| 18 |
8 |
64,8 |
-12 |
-14 |
-16 |
-17 |
-19 |
-21 |
-25 |
-29 |
-33 |
-37 |
-42 |
De tabel geldt voor iemand die voldoende is gekleed
en flink doorloopt met een snelheid van 7 km/h.
Deze tabel geeft de gevoelstemperatuur. Als het winderig is,
voelt het koeler aan dan wanneer het windstil is. Van boven naar
beneden is de windsterkte aangegeven in meters per seconde. Op
de bovenste regel staat van links naar rechts de gemeten buitenluchttemperatuur.
In de tabel kan de gevoelstemperatuur worden afgelezen. In het
Engels heet dat 'windchill'.
Bij weinig wind, bijvoorbeeld windkracht 2 (lees: 2 Beaufort),
is de gevoelstemperatuur gelijk aan de gemeten temperatuur. Maar
bij windkracht 5 correspondeert een buitenluchttemperatuur van
+2°C met een gevoelstemperatuur van -3 tot -4°C. Tijdens de Elfstedentocht
van 4 januari 1997 varieerde de temperatuur van -3 tot -6°C bij
windkracht 5 tot 6. De gevoelstemperatuur lag dus tussen ongeveer
-10 en -15°C.
Home | Prikbord
(forum) | Vraag info
| Biologie | Gastenboek
| Zoeken
Deze website komt het best tot
zijn recht bij een resolutie van 1280 x 1024 pixels
|